Ik ben goed in staren en blijkbaar zo goed dat ik ook nog een tijdje nagestaard heb.
Niet nagestaard ben!
Hoewel dat laatste, weet ik natuurlijk niet want ik kijk nooit om, om
te controleren of iemand mij na zit te staren.
Maar goed nastaar kan goed verholpen worden en daar heb ik dan weer veel baat bij.
Ik kan de vogels (spreeuwen?) op afstand weer zien en dat doet me goed.
Het kijken en zien kost me veel minder inspanning, vandaar dat ik weer wat energie overhou.
Het staren, deed me denken aan een stukje dat ik hier ooit over schreef.
Het was op kantoor van de toenmalige Gasunie waar ik via een uitzendbureau werkte.
Het werk was saai en eentonig, dus heb ik daar heel wat afgestaard.Lees en geniet of huiver mee van deze korte impressie van toen (1979).
…
Achter m’n bureau zit ik weer eens te staren en dus volgens de werkmoraal te niksen.
Persoonlijk vind ik staren een zeer nuttige bezigheid. Voor mij is het zelfs noodzaak om minstens een kwart van de werkdag starend door te brengen, dit alleen tijdens werkuren.
Het voorkomt dat ik in een zo’n danige toestand van gespannenheid geraak dat ik hysterisch begin te huilen, lachen of schreeuwen ofwel m’n typemachine met grof geweld het raam uit gooi. Hoewel al die overspannen reacties natuurlijk duidelijker aangeven hoe het er met mij voor staat, is staren toch een meer geaccepteerd gegeven. Men verklaard me dan eerder tot een dromerig, zweverig of zelfs een zeer nadenkend en weloverwogen mens in plaats van een hysterica.
De reacties op mijn staren zijn dan ook van een toegeeflijke aard. Zachtjes roept men mij tot de orde van de dag. Welwillend zwaait deze of gene met de hand voor m’n ogen of een binnenkomer trekt plagerig een elleboog onder me weg.
Goed bedoeld allemaal maar toch zijn het voor mij indringende, ongewenste intieme handelingen. Een nijdige reactie van mijn kant blijft dan ook zelden uit, hoewel ik me enigszins aanpas bij de rangen en standen van de desbetreffende personen.
…
Het verhaal gaat nog een heel stuk verder maar dat is voor mijn staar en nastaar impressie niet van belang.
In mijn levensverhaal zal ik de al dan niet de gekuiste versie opnemen.
Dat kuisen is nog niet zeker want ik weet nog niet hoe eerlijk ik wil zijn met het beschrijven van bepaalde situaties.
Want hoe belangrijk is het voor mijn nageslacht (wat een woord ook weer!) om alles van mijn te weten.
De gekuiste Tinie is ook al wel mooi genoeg, volgens mij.
