hansvanderlijke.nl

Meestal schud ik een blogje zo uit mijn mouw.
Dan lijkt het alsof er iemand anders achter de computer zit.
Iemand die niet nadenkt, niet peinst en overweegt.
Iemand die gewoon typt wat uit het hart komt.
Maar soms kan ik die iemand niet vinden.
Dan lijkt het alsof ze verdwenen is.
Verdwenen in de mist van het geheugen.
Verdwenen in de schaduw van het verleden.
Maar altijd vind ik haar terug.
Dan is ze er wel maar zag ik haar even over het hoofd.
Zoals vandaag dat ze een briefje vindt met twee woorden:
Rouw en verdriet.
Ik weet dat ik die woorden schreef en ook waarom.
Soms ben ik verdrietig en denk ik dat het rouw is
maar andere keer voel ik rouw en denk dat het verdriet is.
Deze twee begrippen hebben we een paar dagen bezig gehouden.
Want wat is wat?
Mijn conclusie is dat ik rouwig kan zijn om dat wat er niet meer is
en dat me dat verdrietig maakt.
Dat verdriet gaat dan weer over, gelukkig maar het gevoel
van rouw blijft dan een poosje hangen, gaat eigenlijk
nooit helemaal weg.
Soms ben ik verdrietig om dat wat er niet meer is
en dat kan een gevoel van rouw met zich mee brengen.
Want dat verdriet is niet (meer) weg te kussen,
er is geen troost dat het weg kan nemen.

Wat blijft is al het andere en dat is ook veel.
Wat?
De dagelijkse wandelingen.
Dat wat je ziet en waar je mij op wijst.
De rust en het genieten dat ik op je gezicht zie.
De lach en de tevreden blik.
Het zichtbare genieten van je kopje koffie.
Dat je af en toe zegt: wat kun jij het allemaal goed regelen.
De soms zware boodschappen die jij altijd wil dragen.
De deur die je voor me open houdt.
Dat je zegt dat het eten weer erg lekker was.
Dat we in zo’n mooi huis wonen waarvan je
weet dat ik dat een paar jaar geleden heb geregeld.

Het verzacht de rouw en dringt het verdriet op
de achtergrond.
Dat voelt fijn.

De paarden staan er zo vredig bij, jij ziet ze het
eerst en vraagt of ik er een foto van wil maken.
Dat wil ik en zo schud ik toch maar weer
wat uit de mouw.