We maken onze dagelijkse wandeling of het
nou warm, koud, heet of ijskoud is.
We doen ons best en slaag bijna nooit over.
Van de winter twee keer omdat het veel te glad
en ijskoud was en van de zomer niet eens ondanks
dat het veel te heet was.
En ondanks dat Alzheimer en hitte niet echt goed samengaan.
Daarvoor hoef je trouwens niet eens Alzheimer te hebben.
Want mijn functioneren was ook niet zoals ik gewend was.
Dus liepen we gezamenlijk een beetje warrig rond.
Gelukkig wisten we de weg wel want het was immers
‘ons rondje’.
Mijn lief beleeft elke dag opnieuw hoe erg het met
onze wijk gesteld is.
De sloop, de puinhopen, de grote machines, de opbouw
die niet heel snel gaat.
Het grijpt hem iedere keer aan.
Hij begrijpt het niet.
Vraagt zich af of het allemaal wel nodig is.
En zijn herinnering gaat naar de jaren 50 toen
Nederland in wederopbouw was na de oorlog.
Ik heb geen goede antwoorden op zijn vragen.
Want ik weet ook niet wat wel en niet nodig is.
Of de beoordelingen allemaal kloppen.
Ik ben geen bouwkundige en geen aardbevingsspecialist.
Dus ik leef met mijn lief mee en zeg dat wij er gelukkig
niets over hoeven te vinden.
Ondertussen zien we wel mooie dingen zoals
de vlinder op een bloeiende distel bij een gebouw
dat wel lekker opschiet.
Ondertussen denk ik: wat lijkt de wereld mij ingewikkeld
als ik elke dag opnieuw de dingen beleef.
Maar misschien is dat niet zo.
Mijn lief zegt: het is wat het is, nu weet ik het en straks niet meer.
Dat vind ik niet erg, ik ga er niet om treuren, daarvoor
is het leven nog te mooi.
Nooit Invullen Voor Een Ander, denk ik dan en ik
maak een foto van de vlinder.
